April 2008
(BIJNA) VIJFTIG JAAR GELEDEN
Bladeren in oude Be Quickers, het blijft een verrassende bezigheid. Ik ben inmiddels aangekomen in december 1963, een winterse aflevering met een zomers tintje. Maar daarover straks, eerst wordt mijn oog getroffen door een belangrijk bericht:
FRAAI SUCCES VAN TRAINER VAN TONGEREN
Van de 28 kandidaten die dezer dagen het examen voetbaltrainer aflegden, slaagden er maar vijf. Wel een bewijs dat voor dit examen héél wat wordt gevraagd. Welnu, van Tongeren met zijn onbedwingbaar enthousiasme, is met vlag en wimpel voor dit examen geslaagd. Namens alle jongens van de voetbalafdeling hartelijk gelukgewenst!
Gelukkige tijden! De clubman, die de selectie toch al onder zijn hoede had, bevestigt zijn vakmanschap met het trainersdiploma en kan zijn werk ongewijzigd, hoogstens met nog wat meer autoriteit, voortzetten. Vergeleken met 2008 is het een beetje de omgekeerde wereld, een diplomaloze trainer verdrinkt tegenwoordig in de dispensatieregels, noodzakelijk geworden door de horde aan trainers, die wel een diploma maar geen club hebben. Het bestuur van Be Quick had in 1963 geen enkel probleem: Van Tongeren was, eerst zonder, toen met diploma, de vanzelfsprekende en onomstreden oplossing voor het trainersvraagstuk. En wel voor senioren èn junioren, hij was in zijn eentje toen al zijn eigen voetbalschool.
Daarmee vergeleken moeten wij medelijden hebben met het bestuur van tegenwoordig. Als er een trainersvacature is, bieden zich al op eigen initiatief talrijke kandidaten aan. Mooi makkelijk, zou je zeggen. Maar dan begint het onderhandelen pas. De normale dingen: past de nieuwe trainer bij de club, past hij in het financiële plaatje, past het takenpakket bij hem – niets bijzonders. Uiteindelijk komt de Grote Voorwaarde van de Nieuwe Trainer: als er zich een BVO meldt, ben ik weg! Ach, Nieuwe Trainer, besef toch dat dat maar een schijnbare promotie is. In een mooie amateurclub full time verantwoordelijk zijn voor de training in alle geledingen is vast heel wat bevredigender dan rondhangen in de kelder van de Jupiler League. Maar nee, zo denken trainers niet. BVO is carrière, is publiciteit. En dus gaan ze er van door, desnoods in de beslissende fase van het seizoen. Zo zijn trainers, net als trouwens de meeste spelers, verworden tot passanten. Wim van Tongeren was geen passant.
Zo’n echte clubtrainer kan zich in zijn eigen club een geweldige status verwerven, populair zijn bij zijn pupillen, geliefd zijn bij zijn spelers. Uitgesproken hoeft dat niet te worden, het blijkt vanzelf uit hoe hij zijn mensen benadert en hoe zijn mensen hem benaderen. Een fraai voorbeeld daarvan is de zomerse foto die in deze december-aflevering van het clubblad prijkt. Doelman Johan Bredewold heeft Wim van Tongeren bij het vissen stilletjes van achteren benaderd en daar een prachtfoto van gemaakt. Als hommage aan de trainer staat die foto in het blad, de kwaliteit van de afdruk maakt scannen helaas onmogelijk, zodat ik moet proberen, die foto enigszins te beschrijven. De foto is van links achter genomen, het is niet duidelijk of het slachtoffer wist dat er op hem geschoten werd. Het ging de fotograaf duidelijk niet om het vissen, maar om de visser, die is dus beeldvullend. Hij zit aan de waterkant op een simpel klapstoeltje, met zijn benen in het water. Met links draait hij aan de molen van de hengel, terwijl hij met een karakteristiek gebaar van de rechterhand zijn bril in gunstige positie brengt om te kunnen zien wat hij daar aan de haak geslagen heeft. Wij krigen dat niet te zien. Wat wij wel zien, is heel veel van Tongeren, hij vist namelijk topless. Links van achteren zien wij dus de brede rug van de trainer. Ik moet vaststellen, dat hij niet helemaal afgetraind oogt, die rug is, laten we zeggen, wel een beetje erg vlezig. Er onder bevindt zich een korte broek, die door het schurken op het klapstoeltje zo ver naar beneden geschoven is, dat zijn onderbroek er ruimschoots bovenuit piept. Het is bepaald geen string, maar de witte, ruimvallende bovenrand van wat overduidelijk een ouderwets degelijke Jansen & Tilanus is. Een prachtfoto, een beetje een dolletje, maar een grijnzend respectvol dolletje..
In het nummer van februari 1964 vinden we een hoofdartikel van algemeen voorzitter Lans over de veranderende maatschappij. Toenemende welvaart! Televisie! Auto’s! Vakanties! Voor de sportbeoefening ziet hij daarin een trend van afnemende belangstelling voor de zondagsport en dus toenemende belangstelling voor sport op zaterdag:
Nu is het zo dat er veel weldenkende mensen zijn die de zondag zo zachtjesaan te kostbaar vinden om aan het voetballen te besteden. Daarom doen zij het op zaterdag, dan is men zondags heerlijk vrij. De zondag wordt dan ook hoe langer hoe meer de dag bij uitstek om er met vrouw en kinderen op uit te trekken. Zo zien wij dat de mensen zich aan de omstandigheden aanpassen.
Zegt u dat wel. Inmiddels is dat aanpassen al weer vierenveertig jaar doorgegaan, en ziet alles er weer heel anders uit. De zondagsport heeft zich hersteld, maar wat is er terechtgekomen van het verheven ideaal van Lans, “er met vrouw en kinderen op uit te trekken”? Nou, op mooie zondagen wil het best erg druk zijn op het parcours van Rondje Zwolle of op andere fietsroutes, om van het onvolprezen Openluchtbad maar te zwijgen. Dus “er op uit trekken” gebeurt heus nog wel, maar lang niet door iedereen. Voor de luilakken onder ons, die altijd geamuseerd willen worden in plaats van zich zelf te amuseren, heeft de commercie een prachtkans ontdekt: de koopzondag. Ik ben één keer gaan kijken, en nogal geschrokken. In een lange optocht zie je hele families richting binnenstad trekken. En niemand kijkt vrolijk. De vrouwen ergeren zich aan de mannen, die eigenlijk geen zin hadden. De mannen ergeren zich aan de vrouwen, omdat ze tegen hun zin de stad ingesleept zijn. De kinderen jengelen en dreinen, omdat het beloofde ijsje naar hun zin te lang op zich laat wachten. Zo heeft de handelsgeest van winkeliers en grootondernemers het ideaal van Lans in zijn tegendeel verkeerd. Zondagstress! Maar Lans weet er nog een: winterstop:
Hoe is het immers omstreeks de kerstdagen? Veel bedrijven zijn tussen kerst en nieuwjaar gesloten. Gevolg is, dat er veel mensen met vakantie gaan. Het is een bewezen feit dat mensen, misschien ook door de gestegen welvaart, er gemakkelijker tussenuit trekken.
Nu is “er tussenuit trekken” vast iets anders dan “er op uit trekken”, al houd je wel de suggestie van iets vrolijks en gezonds. Maar fietsen met de kerst is niet zo aantrekkelijk, en het Openluchtbad is gesloten. Dus wat heeft de commercie voor Tweede Kerstdag (en andere feestdagen) bedacht? Op naar Ikea of de Meubelboulevard! En dezelfde sombere gezichten en ruzieënde families als op de koopzondagen. Mijn zegen hebben ze overigens, maar ik doe niet mee. Winterstop voor het amateurvoetbal, okay, als ik maar niet naar de winkel hoef. Gelukkig is er de tv: steeds meer Nederlands betaald voetbal, altijd al Engels voetbal, en anders hebben we het schaatsen nog.
Sjaak Onderdelinden.