Wout Schrijver: Geen top, wel taai
Als pupil kwam hij binnenwandelen bij Be Quick, en sindsdien is hij nooit meer weggegaan. Veertig jaar later staat Wout Schrijver (48) nog altijd wekelijks tussen de lijnen. Op naar de vijftig?
De ontmoeting met de jubilaris vindt plaats op het terrein van voetbalclub ZAC, waar het tiende van Be Quick ´28 een toernooi speelt en geniet van een aansluitende barbecue. De vier wedstrijden die gespeeld worden op deze zaterdagmiddag gaan helaas allemaal verloren, maar bij de roodzwarten valt wel het taaie verzet op van een felle linksback. Wanneer een tegenstander uit een corner weet te scoren, gaat er bij de bij de eerste paal nog even een arm vergeefs richting de bal. Het is tekenend voor Wouts wedstrijdinstelling. Want als er al iets is waar hij een grondige hekel aan heeft, dan is het wel gepasseerd worden. Dus is elk duel een erezaak, verliezen geen optie. Dat geeft hij na afloop, tijdens een gezellige barbecue, ook ruiterlijk toe.
“Wout, je hebt nogal een reputatie als nietsontziende verdediger. Klopt dat?”
“Ik heb er weleens een hang van om mensen onderuit te schoppen. Af en toe móet je gewoon de bal hebben, dat heb ik dan heel sterk. Ik ben wel wat rustiger geworden tegenwoordig. Ja, misschien is dat wel de leeftijd. Maar ik laat me nog steeds niet twee keer poorten in een wedstrijd.”
“Hoe ben je ooit begonnen bij Be Quick?”
“Het is eigenlijk puur toeval dat ik hier terecht ben gekomen. Mijn vader komt uit Zeeland en heeft daar gevoetbald en is daar vrij lang mee doorgegaan. Maar ik kom niet uit een echte voetbalfamilie. Toch ben ik tegelijk met mijn broer Rien naar Be Quick gegaan. Hij had iemand in zijn klas die hier speelde. Dat moet in februari 1967 geweest zijn. Ook Rien is er lang mee doorgegaan, maar twee jaar geleden is hij naar Amsterdam verhuisd.”
“In welke elftallen heb je gespeeld?”
“Na mijn begin bij de pupillen ben ik gaandeweg doorgehobbeld naar de seniorenelftallen. Wel altijd de laagste elftallen: ik speelde in het achtste toen Be Quick nog acht elftallen had, in het negende toen er negen waren en nu alweer heel lang in het tiende. B1 was nog mijn hoogste elftal. Ik was niet echt geschikt voor de top.”
“Zijn er, sportief gezien, nog dingen die je graag wil bereiken?”
“Ik ben nog nooit kampioen geworden, en zoals het er op dit ogenblik voorstaat (Be Quick 10 eindigde dit seizoen op de één na laatste plek, KP) lijkt het me ook niet het nog gaat gebeuren. Dat interesseert me ook geen reet, eigenlijk. Als het om resultaat ging was ik allang gestopt. Je kent je elftal en dat is veel belangrijker. Met bijvoorbeeld Jan Diepenheim speel ik al 25 jaar samen.”
“Nog van plan om lang door te gaan?”
“Ik bekijk het gewoon per jaar. Het is afhankelijk van blessures. Als het goed gaat, ga ik gewoon door. Een paar jaar geleden had ik nog veel last een hamstring en een voet, en toen stond ik op het punt om te stoppen, maar nu niet meer.”
“Wat vind je van de veranderingen van de accommodatie?”
“Toen ik veertig jaar geleden begon stonden er nog allemaal barakken en een houten keet was de kantine. Een bende eigenlijk en heel klein allemaal. Daar is wel verbetering ingekomen. De Spartaanse toestanden van toen heb je nu niet meer, maar de veranderingen van nu hadden tien jaar geleden al gebeurd moeten zijn. Maar ja, we zijn afhankelijk van de politiek en FC Zwolle.”
“Wout, voordat we nog een worstje op de barbecue gooien en nieuw bier bestellen, nog snel een paar tweekeuzevragen:”
“Cruyff of Maradona?”: – “Cruyff, want hij is toch wel de vaandeldrager van het Nederlandse voetbal.”
“Johan Derksen of Hugo Borst?” – “Derksen. Ik ben geen fan, maar als ik toch moet kiezen…”
“Aanvallen of verdedigen?” – “Verdedigen natuurlijk”
“Echt gras of kunstgras?” – “Toch maar liever echt gras.”
“Bier of fris?” – “Bier. Bier?”
“Ja graag. En, viel het mee”?
“Pfff…viel mee. Gelukkig geen lastige vragen als ‘Katja of Bridget?’.”
Koos Plegt
|