Jelle van Iersel, voetbaltalent met relativeringsvermogen
Het is de droom van talloze jongens en jongemannen: doorbreken als voetballer, spelen in grote stadions en dan belangrijke wedstrijden beslissen. En dan misschien nog wel het ultieme: spelen voor het nationale elftal en als het effe kan, ook daar nog schitteren. Maar de weg is lang en moeilijk, slechts weinigen halen het en als het niet lukt, waar val je dan op terug? In dit interview willen we u een kijkje geven in het relativerende brein van Jelle van Iersel, laatste man van Be Quick C1 en sinds kort speler van de KNVB-selectie, regio Oost. “Goed spelen is leuk, maar plezier gaat boven alles. Ik vind studeren bovendien belangrijker dan slagen als profvoetballer.”
De naam Van Iersel zegt u, dat komt me bekend voor. Dat zou kunnen. Het gezin Van Iersel herbergt vijf Be Quickers in zich en is daarmee misschien wel koploper binnen de club.
Jan van Iersel is bekend als bestuurslid, wiens voetbalcarričre (voorlopig?) ten einde kwam door een kaakbreuk. Verder is daar Joost (E2), Kees (D1), de al genoemde Jelle (C1) en Tom (B1). Moeder Lucie van Iersel is als enige gezinslid nog niet op voetbalschoenen tussen de kalklijnen verschenen en dat gaat volgens Jelle ook niet meer gebeuren. “Ze is niet echt een voetballiefhebster, maar toch kijkt ze wel regelmatig als we moeten voetballen.”
Er loopt talent rond binnen onze vereniging. Zoveel is wel zeker. Diverse jeugdige Be Quickers kregen dit jaar de kans om zich in de KNVB-selecties Oost te spelen. Een van hen overleefde daadwerkelijk de schifting: Jelle van Iersel, 14 jaar oud en speler van C1.
Voor wie nooit in zo’n selectie heeft gespeeld: de KNVB-selecties fungeren als een soort vangnet voor spelers die nog niet zijn binnengehaald door profclubs, maar wel enige aanleg hebben voor de edele voetbalsport. Op deze manier krijgt jong talent, buiten de organisatie van de BVO’s om, toch de kans om wedstrijden op niveau te spelen en tegenstanders te ontmoeten die van een vergelijkbaar niveau zijn. Dat laatste is Jelle inmiddels ook opgevallen. “Ik heb nu twee wedstrijden achter de rug, tegen de jeugdteams van De Graafschap en NEC. Het niveau ligt veel hoger dan ik gewend was. Snel handelen is vereist. Gelukkig heb ik al een hele en een halve wedstrijd gespeeld voor de selectie.”
Als sterke punten noemt hij zijn pass en zijn snelheid: “Mijn pass is goed, zowel de lange pass, als de steekbal. Verder ben ik redelijk snel. Ik ben er nog nooit door een directe tegenstander uitgelopen. Conditie en handelingssnelheid zijn dingen die ik nog wil verbeteren”
Maar het spelen in de selectie bevalt hem, zoveel wordt wel duidelijk. “Het is erg leuk. We trainen eens in de twee weken.De accommodaties waar je komt zijn mooi, vaak dicht bij een stadion. De trainingen vinden steeds weer ergens anders plaats. Bovendien kent iedere trainingsdag een thema. Er wordt dan veel aandacht besteed aan iets en daar moet je dan op letten. De afstand heb ik er dan ook wel voor over. Meestal rijdt mijn vader of moeder me er naar toe, want ik ben de enige speler uit Zwolle. Zo’n dag heeft dan toch ook wel iets van een uitje.”
Ambieert Jelle een leven als profvoetballer? “Ik voetbal voor m’n plezier. Hoef niet zonodig beter te zijn dan anderen of betaald voetbal te spelen. Ik zit nu in 4 Atheneum en hoop daarna Bedrijfskunde te gaan studeren. Het zou heel mooi zijn als ik dat kan combineren met het voetballen bij een amateurclub. De kans is immers klein dat je het haalt als profvoetballer, hoewel veel spelers uit de vorige lichting Oost wel doorgestroomd zijn naar een BVO. Op jonge leeftijd (D-junioren) kon ik naar Heerenveen, maar omdat ik niet het gevoel had dat ik een basisplaats kreeg, heb ik daar maar vanaf gezien. Maar binnen de selectie ben ik een uitzondering. Vrijwel iedereen wil slagen als profvoetballer”.
Het spelen in de selectie mag een hoogtepunt zijn, Jelle ziet ook uit naar de derby met C1 tegen Zwolsche Boys, de twee hoogst spelende C-teams uit Zwolle. De Slag om Zwolle kan dan misschien nog gewonnen worden, kampioen worden zit er niet meer in voor de C-jongens. Het elftal bivakkeert ietwat anoniem op de achtste plaats. Dan neemt niet weg dat hij het zeer goed naar zijn zin heeft bij Be Quick. “Be Quick is een geweldige club met een hele mooie accommodatie. Vooral de kleedkamers en de kantine springen er voor mij uit. Hier moet je voetballen. Dat doe ik dan ook al sinds mijn vijfde. Het enige nadeel, is de onverharde weg naar het voetbalcomplex toe. Als het kon dan zou ik dat snel veranderen.”
Tot slot nog even De Drie Dilemma’s:
Kunstgras of gewoon gras?
“Kunstgras. Je kunt altijd blijven voetballen omdat het veld goed blijft.”
Linkerbeen of rechterbeen?
“Rechterbeen, hoewel ik ook met links veel heb geoefend. Het verschil is niet meer zo groot. Maar een penalty zal ik altijd met rechts nemen.”
4-3-3 of 4-4-2?
“De laatste, 4-4-2. Je hebt dan een extra man op het middenveld, zeker met twee snelle spitsen voetbalt dat makkelijk. Als de linker- en rechtermiddenvelder zich goed opstellen dan heb je nog meer overwicht.”
Gerco Grevers
|