TOMAS RIEMENS GAAT DE PEN OPPAKKEN
Het zal de trouwe volgers van Be Quick niet zijn ontgaan: het laatste jaar zijn diverse clubleden in de pen geklommen. En aan dit lijstje kunnen we er weer een toevoegen. Gelukkig maar. Jan Wolkers mag het land dan zijn ontvallen, Be Quick heeft er weer een scribent bij: Tomas Riemens.
Het clubblad mag in de jaargang 2007/2008 dan in zwaar weer zijn beland, het is zaak goed te anticiperen op dergelijke ontwikkelingen. “Ieder nadeel hep z’n voordeel” orakelde Johan Cruijff al meerdere keren en zo is het maar net. Nu het clubblad voorlopig niet meer zal verschijnen, is het zaak om de essentiële items over te hevelen naar de website. En zo ontstond het idee om “Kennismaken met…..” , het gesprek met de eerste elftalspeler, voort te zetten op de site van de club en dit onder de bezielende drive van een nieuwe clubschrijver. Voor dit doel zijn de onderhandelingen geopend met Tomas Riemens en deze heeft uiteindelijk toegehapt.
Of de jonge Riemens met zijn pen voor net zoveel opschudding zal zorgen als de jonge Wolkers destijds, waarschijnlijk niet. Ik spreek Tomas op een late zaterdagmiddag hoog op de tribune bij Be Quick. Het is koud buiten, maar een rustige plek valt te verkiezen boven het kantinerumoer.
Tomas is zestien jaar, tien jaar lid van Be Quick en speler van B1. En zoals bij jongens in deze leeftijd wel meer gebruikelijk is: lengte en gewicht zijn het nog niet helemaal met elkaar eens geworden. Het karkas met alle bijbehorende ledematen heeft inmiddels een hoogte bereikt van 1,92 meter. Het geheel is daarentegen opgetrokken uit een schamele 65 kilo.
Een keurige jongen uit de Wipstrik, zo is de indruk, die de clubleden zeker niet zal provoceren met onwelvoeglijk taalgebruik. Een leerling van het VWO ook, met wat schrijfervaring in het kerkblad. Voetbal is zijn grote hobby, maar hij houdt ook van tekenen. Tot zover het DNA-profiel.
Tomas speelt inmiddels voor het tweede jaar in B1. Het elftal waarin hij speelt bevat veel namen die menige Be Quicker bekend in de oren zal klinken: Oosterhof, Reuvekamp, Timmerman en Van Iersel. Het team is dit jaar goed van start gegaan, zoveel is wel zeker. Slechts een keer werd er gelijk gespeeld. Verder werd alles gewonnen.
Tomas, je bent eigenlijk al lang lid van Be Quick. Hoe ben je hier zo terecht gekomen?
“Ik heb me tegelijk met Tom van Iersel als lid opgegeven bij Be Quick. Tom is een vriend van me en speelt ook in B1.”
Vertel eens iets over de hoogtepunten en dieptepunten die je bij onze club hebt beleefd?
“Een hoogtepunt is in ieder geval de promotie met C1 naar de hoofdklasse. Eigenlijk is de handhaving in de hoofdklasse het seizoen erna ook een hoogtepunt. Echte dieptepunten heb ik nog niet gehad. Geen blessures of zo.”
Vertel eens iets over de voetballer Riemens?
“Ik heb een goede pass en een behoorlijke techniek. Dat zijn toch wel mijn sterke punten. Vandaag speelde ik toevallig laatste man (de wedstrijd tegen Heino, op 20 oktober), maar ik ben eigenlijk middenvelder. Rechtshalf. In het verleden was ik iets meer aanvallend ingesteld. Nu ontwikkel ik me eigenlijk meer tot een verdedigende middenvelder.”
Wat is je doel als voetballer?
“Ik wil lekker voetballen. Het moet vooral leuk zijn. En ik hoop natuurlijk wel dat we kampioen worden. Over enkele jaren zal ik toch gaan studeren denk ik. In Groningen of Utrecht. Uiteindelijk wil ik grafisch ontwerper worden. Of sportjournalist. Ik houd nou eenmaal van sport en schrijven.”
Is Be Quick ’28 een leuke club?
“Be Quick is een leuke, gezellige club. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit ergens anders ga spelen. Een nadeel vind ik het kunstgras. Ik speel veel liever op gewoon gras. Verder zou ik willen dat er meer goede trainers in de jeugdafdeling rondliepen, dus niet alleen voor A1, B1, C1, enzovoort”.
DE DRIE DILEMMA’S
Messi of Ronaldinho?
“Dan toch maar Messi. Een harde werker met een goede techniek. Explosief ook. Ronaldinho is commercieel een beetje uitgemolken. Een flegmatieke, luie voetballer.”
Van Gaal of Van Basten?
“Louis van Gaal. Die is goed met jonge spelers. Bij hem krijg je toch meer het gevoel dat hij weet wat hij doet.”
De opstelling: 4-4-2 of 4-3-3?
“4-4-2. Daar kun je meer mee halen. Met deze opstelling heb je een sterk middenveld waarmee je naar voren kunt voetballen. Aanvallen kun je op deze manier dus ook heel goed.”
Gerco Grevers
|