Waarschijnlijk is het u niet ontgaan: Het eerste elftal van Be Quick ’28 heeft een nieuwe hoofdtrainer. Inmiddels loopt hij nu zo’n twee maanden rond op ons modderige sportpark, maar wie is deze Andries Ulderink nu eigenlijk? Tijd om hem eens aan z’n jasje te trekken en te strikken voor een interview. Gelukkig reageert hij enthousiast op het voorstel en op een stille dinsdagavond in de kantinekeet schuiven we aan voor een gesprek. Eerst maar eens algemeen beginnen: Wie, wat, waar en wanneer?
“Ik ben Andries Ulderink, geboren in Zwolle, 38 jaar, getrouwd en ik heb vier kinderen.” Zijn vrouw heeft hij leren kennen in het Achterhoekse Aalten, toen hij daar trainer was van AZSV. Later werd Andries hoofd opleidingen bij de Superboeren van de Graafschap, maar afgelopen november gaf hij het bestuur te kennen dat hij toch liever als hoofdtrainer op het veld stond. “In april belde Bert Venema mij op en na een aantal gesprekken hadden zowel ik als het bestuur een goed gevoel gekregen om met elkaar te gaan samenwerken.” Op de vraag wat de eerste indruk was van Be Quick is hij heel duidelijk: “Wat een rotzooi!! Haha! Nee, het bestuur had mij verteld over de situatie bij de club en dat het eerst nog wat aanpassen zou zijn. Ik vind het niet erg”
Naast het trainersschap van het eerste elftal houdt de Achterhoeker zich ook bezig met de jeugdopleiding, onder andere samen met Jan Locht. “We hebben net een instuif achter de rug, waarna al zo’n twintig nieuwe kinderen zich hebben aangemeld bij Be Quick. In de toekomst zou het mooi zijn als we alleen al achthonderd jeugdleden zouden hebben om zo ook de doorstroom naar de eerste selectie te bevorderen.”
Over de doelstelling voor dit seizoen houdt de trainer zich nog wat op de vlakte. “Ik heb altijd al gezegd dat je pas na een wedstrijd of zes kunt kijken waar je staat. Ik ken de klasse niet waar we in spelen en de karakters van mijn spelers niet. Ik heb van het bestuur vernomen dat ze altijd bij de eerste vijf plaatsen willen spelen en dat lijkt me een reëel doel.” Om dit te bewerkstelligen moet er nog wel een aantal dingen verbeterd worden op voetbaltechnisch gebied. Vooral bij balverlies en spelhervattingen kan er volgens de oefenmeester nog heel wat winst worden geboekt. Op persoonlijk gebied is de Aaltenaar ook ambitieus. Hij maakt er geen geheim van dat hij Be Quick ’28 als een opstap ziet voor het betaalde voetbal.Of dat over één, twee of meer jaar is, dat moet de toekomst uitwijzen.
Het seizoen is op het moment van schrijven één wedstrijd oud. Bij VVOG werd met 0-0 gelijkgespeeld. Andries kijkt uit naar wat hij noemt “de echte wedstrijden. De wedstrijden waar het echt om gaat, met extra spanning en aandacht, zoals bijvoorbeeld tegen HHC en natuurlijk tegen ADO Den Haag straks voor de beker. Met dat soort wedstrijden ben ik op mijn best, ik houd van die extra kick.” Over ADO gesproken, Andries acht Be Quick zeker niet kansloos tegen de eerste divisionist. “Het verschil tussen top hoofdklasse en kelder eerste divisie is heel klein. Als ik eerlijk ben, er zijn bankzitters in de Jupiler League die ik niet in mijn elftal zou willen hebben.”
Over de nieuwe accommodatie is de trainer enthousiast. “Ik vind het vooral fantastisch voor de mensen die er veel tijd in hebben gestoken en dat zijn er heel wat. Ik ben hier pas twee maanden, dus zoveel last heb ik er niet van gehad. Veel leden zitten al een paar jaar in de zooi en voor hen is het veel mooier dat er nu eindelijk een mooi sportpark komt.” Of Andries zich acht september ook in het feestgedruis zal storten ? “Dat ligt natuurlijk ook een beetje aan de uitslag van de wedstrijd tegen WHC. Als we winnen zal er zeker een feestje gebouwd worden!”

De standaardvraag aan het einde van een interview is of de geïnterviewde nog iets toe te voegen heeft. Meestal is dit niet het geval, maar niets is minder waar bij onze nieuwe trainer. Hij heeft zeker nog wat op zijn hart: “Er wordt door de buitenwacht op een bepaalde manier naar Be Quick gekeken, men denkt dat dit een hautaine club is. Na twee maanden weet ik dat dit beeld niet klopt. Er lopen hier heel veel loyale mensen rond, met een hart voor de club, bijvoorbeeld Jack Hoedemaker. Dat spreekt me erg aan. Ten tweede vind ik het belangrijk om een goed jeugdbeleid te voeren, je moet er goede mensen op zetten om uiteindelijk een echte club te worden. Het lijkt me mooi als er in de toekomst een heleboel jeugdleden met hun ouders langs de lijn komen staan om naar het eerste elftal te kijken
Dries’ Dilemma’s
Bridget of Katja? “Bridget! Katja is gewoon een kreng, haha. Nee dat is niet het goede woord, ze is overdreven.”
Hugo Borst of Johan Derksen? “Eigenlijk geen van beiden, maar doe toch maar Johan Derksen. Het is niet dat ze geen verstand van voetbal hebben, maar ze maken misbruik van hun positie. Ze schofferen mensen op een manier die ik niet vind kunnen.”
Ajax, PSV of Feyenoord? “Feyenoord. Niet om het voetbal, maar om de club. Ik kies het voetbal van AZ, zet dat er maar bij!”
De kip of het ei?: “Het ei, dat vind ik gewoon lekkerder.”
Door: Manon van Ketwich