Geen gezondheidsrisico's door instrooirubber bij kunstgras
Op dinsdag 13 maart jl. is het lang verwachte eindrapport naar buiten gebracht van het onderzoek naar de milieu- en gezondheidsaspecten van instrooirubber bij kunstgrasvelden. Daarmee komt voorlopig een einde aan een uitgebreid onderzoekstraject dat eind 2005 is geïnitieerd naar aanleiding van in de pers verschenen berichten over mogelijke grote gezondheidsrisico's.
De KNVB heeft met instemming kennis genomen van de uitkomsten van het onderzoek. Het onafhankelijk uitgevoerde onderzoek wijst uit dat er geen gezondheidsrisico's zijn verbonden aan het spelen op met rubber ingestrooide kunstgrasvelden.
In de tussenrapportage van juni 2006 was al aangegeven dat een aantal risicovolle stoffengroepen slechts in zeer geringe mate kon worden aangetoond. Uit de vervolgonderzoeken, waarbij onder andere urineonderzoek is uitgevoerd bij spelers die in intensief contact zijn gebracht met het instrooirubber, blijkt dat het risico verwaarloosbaar klein is dat deze stoffen via lichaamscontact en zweet in het lichaam terecht komen of dat er huidirritaties optreden.
Naast de gezondheidsaspecten zijn ook de milieueffecten onderzocht. Hieruit blijkt dat de zogenaamde uitloging (het langzaam uitspoelen onder invloed van bijvoorbeeld regen) van zware metalen, met uitzondering van zink, ruim onder de grenswaarden van het Bouwstoffenbesluit blijft.
Afhankelijk van het scenario dat ten aanzien van veroudering, verwering en vervanging van instrooirubber wordt gehanteerd, zal volgens de onderzoekers waarschijnlijk tussen 3 tot 20 jaar na aanleg de beleidsnorm uit het Bouwstoffenbesluit voor de uitloging van zink worden overschreden. Het Bouwstoffenbesluit is formeel niet van toepassing op instrooirubber maar kan bij het ontbreken van een andere norm als referentiekader worden gehanteerd.
Het Ministerie van VROM ziet op dit moment geen aanleiding het gebruik van instrooirubber in kunstgrasvelden te beperken. De overheid wil echter de komende jaren het vrijkomen van zink uit verschillende diffuse bronnen beperken. Zo wordt bijvoorbeeld de toepassing van zinken dakgoten al ontmoedigd. Om meer zekerheid te krijgen over de lange termijn uitloging van zink zal vervolgonderzoek nodig zijn. Daarbij kan aansluiting worden gevonden bij onderzoek dat recentelijk in Frankrijk en Zwitserland is uitgevoerd naar de absorptie van zink aan het constructie- en bodemmateriaal.
Tenslotte hebben de opdrachtgevers van het onderzoek er bij de overheid op aangedrongen om een duidelijke normstelling te ontwikkelen voor de materialen die bij de bouw van "outdoor" sportvelden, waaronder kunstgrasvelden, worden toegepast. In onderhavig onderzoek zou dit aanzienlijke tijdwinst hebben opgeleverd waardoor de ongerustheid bij verenigingen, gemeenten en andere direct betrokkenen sneller weggenomen had kunnen worden. Verder is er daarmee voor toekomstige nieuwe materialen al een duidelijk toetsingscriterium beschikbaar.
Bron: nieuwsbrief KNVB Oost
|