Carel Wagteveld: “Jonge spelers die zich ontwikkelen, dat vind ik mooi.”
In de winterstop stond het tweede elftal van Be Quick op een keurige tweede plaats. Er lag een heel fijn seizoenseinde in het verschiet, maar het liep anders. Om diverse redenen zakte het elftal bijna door de middenmoot heen en zelfs de degradatiezone had een oogje op ons tweede elftal. Heeft tweede elftal-routinier Carel Wagteveld flink de pest in over de matige tweede seizoenshelft? “Nee” zegt hij “we moesten spelers leveren aan het eerste en uiteindelijk is dat het belangrijkste.”
Hij speelt al “zeven tot tien” jaar in het tweede elftal van Be Quick en met zijn 32 jaar mag Carel Wagteveld gerust een tweede elftalveteraan worden genoemd. Broer Henkjan dient eveneens de belangen van het tweede elftal. Twee broers in hetzelfde elftal , dat riekt allemaal naar een Be Quick-familie.
Carel Wagteveld: “Ja, dat klopt. Ik kom inderdaad uit een Be Quick familie. Mijn vader voetbalde hier en ook enkele ooms van moederskant speelden bij Be Quick. Ook heb ik bij Be Quick mijn vrouw ontmoet, dus van een Be Quick-familie is zeker wel sprake.”
Een kind van de Wipstrik? “Nee, dat niet. Ik groeide op in Assendorp. Maar vroeger had het ook nog wel eens met kerkelijke achtergrond te maken of je naar Be Quick ging.”
Je hebt je hele leven bij Be Quick gespeeld. Inmiddels ben je al jaren actief (als laatste man) in het tweede elftal. Nooit aan het eerste elftal geroken? “Nee, ik heb nooit bij de selectie gezeten.”
Met 32 jaar ben je dus de veteraan van het tweede en moet je de jonkies wat bijbrengen. “Natuurlijk ben ik een veteraan in het team, dat geldt trouwens ook voor mijn broer Henkjan die ook al 30 jaar is. Maar er zijn meer oudere spelers. Bijvoorbeeld Klaas Pullen, Thijs Kisteman en Erik Nawijn. Dat zijn ook al eind twintigers. Tja, de jonkies wat bijbrengen? Ik hecht veel belang aan het opbouwen van een team. De jongens die in het tweede zitten kunnen van zichzelf wel goed voetballen, maar zaken als discipline zijn ook belangrijk. In dat opzicht kun je dan zeker het goede voorbeeld en hopen dat de jongens het oppikken.”
Jullie seizoen kent twee verschillende gezichten. In de winterstop sta je tweede, daarna is het elftal weggezakt. Met de overwinning van het afgelopen weekeinde tegen Barneveld komt handhaving eigenlijk nu pas in zicht. “De ranking alleen geeft in onze competitie een vertekend beeld. De puntenverschillen tussen de subtop en de degradatiezone zijn zo klein gebleven dat een paar keer verliezen al funest kan zijn. Win je drie keer op rij dan sta je ook zo weer bovenin. Alleen koploper Excelsior is buiten schot.”
Maar heb je niet de pest in, dat het minder gaat na de winterstop? “Nee, helemaal niet. Doordat Tom Karst na de winterstop naar het eerste ging, raakten we onze topscorer kwijt. Maar dat geeft niet. Het is belangrijk dat we spelers leveren aan het eerste. Tjaka Rahantoknam en Tom Eerden hebben inmiddels ook al bij het eerste aangesloten. Jonge spelers die zich ontwikkelen, dat vind ik het mooiste. Maar ik mag niet klagen. Ik ben met het tweede enkele jaren geleden kampioen geworden van de Reserve Hoofdklasse, waarna we nog om het kampioenschap van Nederland hebben gespeeld. Dat zijn mooie herinneringen. Als ik dan een dieptepunt moet noemen dan was een afgescheurde kruisband, enkele jaren geleden. Toen heb ik hem wel even geknepen.”
Maar voorlopig ga je nog gewoon door in het tweede elftal? “Natuurlijk moet je het op deze leeftijd van jaar tot jaar bekijken. Maar de trainer (Hielco Terwal, GG) zei de laatste jaren steeds: “We doen er nog een jaartje bij.” We zien wel, zolang ze me nodig hebben is het goed. Bovendien spreekt voetballen op dit niveau me nog steeds aan. Voeg daar de gezelligheid van de donderdagavond en de zaterdagmiddag nog eens bij. Dan is er nog geen reden om het voor gezien te houden. Wel mis ik binnen de club een beetje een technische visie omtrent het tweede elftal, bijvoorbeeld bij zaken als het aanstellen van trainers. Het gaat dan ook niet alleen om het tweede elftal, maar eigenlijk ook om het derde elftal.”
In het dagelijkse leven sta je als leraar Nederlands voor de klas. Betekent dat dat er ook een trainer in je schuilt? “Dat heb ik eigenlijk al gedaan. Samen met mijn broer heb ik heel wat jeugdelftallen getraind. Henkjan heeft toen ook nog zijn Trainer Coach III gehaald. Maar ik kan niet zeggen dat ik op het trainersvak nog speciale ambities heb. Als ik klaar ben met het tweede dan ga ik denk ik in het vijfde voetballen.”
Gerco Grevers
14 april 2010
|