Wieb Rodenhuis: “Deze groep gaat nog verrassen.”
De selectie van het eerste elftal mag deze zomer veel spelermutaties hebben ondergaan, gemuteerd werd er ook met de positie van de trainer. De nieuwe man op die positie heet Wieb Rodenhuis en hoewel hij al een aantal maanden op onze club rondloopt is het hoog tijd geworden voor een nadere kennismaking.
Wieb Rodenhuis (53 jaar) is getrouwd met Geertje en vader van twee inmiddels volwassen zoons. In het dagelijks leven is hij medewerker verslavingszorg. En daarnaast is hij dus (gepassioneerd) trainer met een indrukwekkende CV, waarvan akte.
Ik spreek Wieb op een gure donderdagavond in ons clubhuis aan het Stadionplein. Het is inmiddels december en een dag later staat de belangrijke wedstrijd tegen Berkum op het programma.
Wieb, jouw Friese tongval doet vermoeden dat je altijd in Friesland hebt gewoond. Is dat zo? “Dat klopt. Ik ben opgegroeid in Oude Bildtzijl. Dat is een klein plaatsje dat tegen de Waddenzee aanligt. Mijn ouders hadden daar een boerderij, waar we hebben gewoond tot aan de pensionering van mijn vader. Daarna zijn we naar Leeuwarden verhuisd. Met mijn vrouw woon ik nu in Britsum, dat weer net buiten Leeuwarden ligt.”
We kennen je als trainer, maar heb je zelf ook gevoetbald? “Ik ben begonnen bij Oude Bildtzijl in de 4e klasse. Daarna heb ik drie jaar bij Cambuur Leeuwarden gezeten, een flink aantal jaren bij Leeuwarder Zwaluwen en uiteindelijk nog een jaartje bij Stiens in de 3e klasse. Maar op vrij jonge leeftijd wist ik al dat trainen mijn passie was.”
Voor de meeschrijvers thuis, kun je nog eens opnoemen waar je als trainer actief bent geweest. “Bij Leeuwarder Zwaluwen trainde ik A1 en B1. Vervolgens werd is assistent-trainer bij Sportclub Leeuwarden. Daarna was ik hoofdtrainer bij Heerenveense Boys, LAC Frisia, Broekster Boys, Flevo Boys, vv Sneek, Drachtster Boys, VVOG, Joure en nu dus bij Be Quick ’28. Al met al ben ik nu zo’n 25 jaar trainer geweest, veelal bij Hoofdklassers.”
Heb je behalve het voetbal, nog meer hobby’s? “Daar heb ik eigenlijk geen tijd voor. Ik kan opgaan in mijn werk en ben druk als trainer. Veel tijd voor andere dingen is er dus niet, hoewel ik veel sporten mooi vind.”
Wat wist je van Be Quick toen je hier kwam? “Ik wist dat de club vaak een eerste elftal met goede voetballers had. Het sentiment in de regio met betrekking tot Be Quick kende ik eigenlijk niet. Maar de club speelt voornamelijk positief voetbal en dat geeft mij dan ook een goed gevoel om bij deze club actief te zijn. In het verleden had ik ook al eens een gesprek gehad met de clubleiding, maar toen viel de keus op een andere trainer.”
Sportief gezien verloopt dit seizoen minder dan de voorgaande jaren. Voldoet het aan jouw verwachtingen? “De buitenwereld heeft altijd hoge verwachtingen van Be Quick. En veel mensen blijven zeggen dat we bij de eerste vier of eerste zes moeten eindigen. Maar ik werk nu een aantal maanden met deze groep en vind toch dat we vooral realistisch moeten blijven. Het zit er op dit moment niet in om te domineren. Maar ik denk dat deze groep nog gaat verrassen. Alleen maken we nu te weinig doelpunten en dat is toch nodig om te stijgen op de ranglijst.”
De groep is ook vrij jong. “Dat is een factor. Jong wordt alleen goed als er genoeg oud is. Progressie gaat nou eenmaal met pieken en dalen. Het is belangrijk dat een elftal een soort kapstok in zich heeft, met bijvoorbeeld goede spelers in de as van het veld. Voordeel is dat deze groep een sterke drang heeft om goed voor de dag komen. De vraag is dan of je datgene wat je wilt ook kunt uitvoeren.”
Een voordeel is ook de teamgeest van dit elftal. “Deze groep kan het goed met elkaar vinden. We proberen er een hecht iets van te maken. Daarbij willen we ons niet alleen profileren in het veld, maar willen we ook zichtbaar zijn in de kantine, bijvoorbeeld met werk aan de bar.”
Gerco Grevers
Zwolle, 13 december 2009