Kantineman Arthur van Tongeren: “Inplannen vrijwilligers is grote klus.”
Het beheren van de oude kantine was al een flinke klus, maar met de nieuwbouw van het clubhuis is deze klus alleen maar groter geworden. Dat betekent een enorme inspanning voor de clubvrijwilligers. Reden voor de club om een flinke kantineploeg te installeren. Dat dit negenkoppige team het ook niet alleen kan, moge blijken. Een gesprek met Arthur van Tongeren over het wel en wee van het kantinegebeuren. Tevens geeft hij nog advies voor het biertappen.
Om de kantineploeg niet in anonimiteit te laten voortbestaan, wil ik de hoofdbetrokkenen toch even noemen. Hoofdverantwoordelijke is Gerrit Westerhof. Roy Karman, Willie van der Kolk, Annelies Pijpers, Peter Venema, Jan Zielman, Vincent Bello, Chris Oord en Arthur van Tongeren zijn de andere steunpilaren onder de kantine.
Arthur van Tongeren is 28 jaar en stamt uit een echte Be Quick familie. Ondanks een korte desertie richting ZAC kunnen we hem gerust beschouwen als iemand ‘van het huis’.
Ik spreek hem op een slaapverwekkend rustige woensdagavond. Her en der zijn op de velden nog kluitjes trainende spelers waar te nemen, maar het voetbalcomplex aan het stadionplein ademt rust. Zelfs de spelers van het zevende zijn niet in de kantine te vinden op wat toch hun vaste avond is. Wordt er soms niet meer getraind na de overwinning op het derde elftal?
Een grote klus dus die nieuwe kantine. Dat dringt direct tot je door als je er rondkijkt. Het ‘zichtbare’ gedeelte bestaat uit een ruime bar met overal aanwezige koelapparatuur. Wie doorloopt naar de keuken ziet dat ook daar alles ruim is opgezet: behalve een frituurruimte en een afwasblok is er ook nog veel ruimte om het overige handwerk te verrichten. De opslagruimte en de lift completeren het geheel. Ruim en praktisch, dat zijn de woorden die bij je opkomen als je een rondje maakt door de keuken.
Voor niets gaat de zon op, maar in de kantine gaat het dus niet allemaal vanzelf. Op de meeste dagen gaat de kantine om half zeven open en dus is er mankracht gevraagd. “Het inplannen van de vrijwilligers is inderdaad onze grootste zorg” zegt Arthur van Tongeren.
Arthur is zelf verantwoordelijk voor de planning op doordeweekse dagen. “Daarbij ligt het accent vooral op de donderdagavond, op de andere avonden is er min of meer een vaste bezetting, zoals Jan Zielman op dinsdagavond.” Roy Karman en Vincent Bello nemen de planning van de zaterdag voor hun rekening. Met de nieuwe regeling omtrent het vrijwilligerswerk binnen de club lijkt het inplannen geen onoverkomelijk probleem. Ieder lid heeft een inspanningsverplichting van twaalf uur per jaar en zo’n 100 leden hebben zich aangemeld voor kantinewerk. “Maar daarmee zijn nog niet alle problemen de wereld uit” zegt Arthur. “Soms krijg je drie keer achter elkaar “nee” te horen of heb je echt een negatief gesprek, maar je krijgt ook positieve reacties. Vervelend is het ook als medewerkers niet komen opdagen of op het laatste moment afbellen.”

Bovenstaande mag dan negatief overkomen, maar wie zijn oor te luister legt bij de kantinemedewerkers bespeurt dat er positieve tendensen zijn. “Dat is ook zo. Deelnemen aan het kantinewerk vergroot bovendien de betrokkenheid bij de club” zegt Arthur.
Het werk aan de bar is over het algemeen snel aan te leren. Alleen het biertappen vraagt enige oefening. In de keuken wordt meer met vaste medewerkers gewerkt, vooral als het gaat om frituren. “Er wordt gewerkt op basis van vertrouwen, maar tussen de zaterdagmedewerkers lopen altijd ervaren krachten rond, zoals Willie van der Kolk, Peter Venema en Annelies Pijpers.” Inmiddels mogen we concluderen dat er naast deze kantineploeg ook andere vrijwilligers zijn die veel werk verzetten in ons clubhuis. Zonder volledigheid te claimen noem ik: Iris Kiesling, Jurjen van Keulen en Jolanda Venema. Zij staan ook op de foto.
Behalve de inzet van mankracht, zijn er bij het kantinewerk nog meer zaken die een rol spelen. Behalve voorschriften voor hygiëne, is er natuurlijk ook een vergunning die aangeeft wat er wel en niet mag. Om het totale gebeuren op elkaar af te stemmen, kruipen de kantinemedewerkers een keer in de maand bij elkaar voor een overleg, voorgezeten door Chris Oord die alle hersenspinsels ook notuleert.
Niet dat het de speciale belangstelling van de interviewer heeft, maar mag er in onze kantine eigenlijk sterke drank worden geschonken? Ik vraag het aan Gerrit Westerhof die ik enkele dagen later in de kantine tegenkom. “Nee, het beleid van de Gemeente Zwolle is dat er geen sterke drank mag worden geschonken in sportkantines, maar alleen dranken met een wat lager promillage, zoals bier, port, sherry en wijn. In de ons omringende kleine dorpen mag vaak wat meer als het op sterke drank aankomt.”
Het meest lastige voor een vrijwilliger die een keer meedraait aan de bar is het biertappen. Tot slot van dit interview geeft Arthur van Tongeren daarom nog even snel een biertapadvies mee, waarbij moet worden aangetekend dat er niet op iedere tap evenveel druk zit:
-
Open de tap in een snelle beweging.
-
Een fractie van een seconde later moet het glas eronder. Het pijpje van de tap moet daarbij wel in de onderste helft van het glas zitten.
-
Glas langzaam rechtop draaien om een schuimkraag te creëren.
-
Voordat de tap dichtgaat moet het glas over lopen om goed te kunnen afschuimen.
-
Tap dichtdraaien.
Gerco Grevers
Februari 2009
|