Tuin wil erbij zijn als eredivisie poort weer opent
De eredivisie van het vrouwenvoetbal is een ver-van-mijn-bed-show geworden voor Annelies Tuin.
Waar alle voormalige teamgenoten van Be Quick'28 doorstroomden naar de splinternieuwe competitie, is Tuin in Zwolle achtergebleven. Als laatste der Mohikanen. "Het was even slikken, maar het plezier dat we nu hebben, maakt alles goed."
Nog altijd onderhoudt Tuin (21) goede contacten met de voormalige medespeelsters. Ze probeerde zelf een plaats in de selectie van SC Heerenveen te veroveren, maar werd niet uitverkoren. "Ik was een te gewone verdediger", zegt ze. Een kwalificatie waar Tuin niet zoveel mee kon, goed verdedigen is toch dankbaar werk. "Het was jammer, het kwam ook hard aan. Maar je gaat dan niet even navragen over het hoe en wat."
De tik is verwerkt, het is verleden tijd. Voor Tuin was voetballen in Heerenveen in combinatie met een CIOS-opleiding ideaal geweest. Ze vindt zichzelf ook niet minder dan de speelsters die nu in Friesland de laatste lijn vormen. "Ja, zij trainen zes keer in de week en wij drie keer. Dat verschil zul je na verloop van tijd wel merken. Veel meer verschil zie ik niet."
De eredivisie heeft Tuin nog niet uit haar hoofd gezet. Een paar maanden na de start van de competitie gaan er al geruchten dat Roda JC, Cambuur en Feyenoord zich zullen aansluiten. "Ik ga nu het liefst met Be Quick, samen met FC Zwolle, naar de eredivisie. De basis binnen de club is breed genoeg, straks is het stadion klaar. Zodra er nieuwe clubs worden toegelaten tot de eredivisie, moeten we zorgen dat we erbij zijn."
Be Quick kan in de hoofdklasse nog geen vooraanstaande rol spelen, de thuiswedstrijd van morgen tegen Reuver is een echt degradatieduel. Maar Tuin is ervan overtuigd dat de punten wel gaan komen. "We hebben een heel nieuw team, met veel jonge speelsters die zo uit de eerste of tweede klasse komen. Mijn rol is enorm veranderd. Ik hoefde vroeger alleen maar naar Marloes de Boer te kijken om te weten wat ik moest doen. Nu ben ik zelf een dragende speelster, ik zit voor het zesde jaar in het team. Ik heb leren praten, ben geen muurbloempje meer. We hebben nog niet veel punten, maar ik ben er zeker van dat we speelsters in de groep hebben die de eredivisie gaan halen." Tuin denkt daarbij in eerste instantie aan de aanvalsters Angenita Lemstra (18) en D'jeanna Klink (15).
Uiteraard wil ze mee in de stroom. Maar niet ten koste van alles. "In de huidige situatie, met school en stage, kan ik niet eens zes keer per week trainen. Ik zie her en der ook speelsters die heel veel hebben opgegeven voor de eredivisie. Daar moet je mee oppassen, je zult wat achter de hand moeten hebben als je uitgespeeld bent."
Bron: De Stentor (30-11-2007) door Herman Nijman
|