'Spierblessures niet gevolg kunstgras'
Niet het kunstgras zelf, maar het ontbreken van goed schoeisel en onbekendheid met de nieuwe ondergrond zijn volgens Sportfysiotherapeut Jules van de Veen de redenen dat veel spelers klagen over spierblessures na hun overstap van natuurgras naar kunstgras.
Van de Veen (VSO-Papendal, VSO-netwerk) ziet als sportfysiotherapeut jaarlijks zo'n 1000 nieuwe patiënten die kampen met spier- of peesblessures in hun benen. ,,Vaak geven de spelers de schuld aan het kunstgras, maar dat is overdreven. Veel spelers verzorgen hun voeten niet en onderkennen pas later dat ze eigenlijk 'benen' hebben. Vaak is het dan al te laat."
De keuze van goed schoeisel is essentieel. Volgens Van de Veen vergt kunstgras een ander schoeisel dan natuurgras. ,,De temperatuur op een kunstgrasveld kan aardig oplopen waardoor de voet zwelt in de schoen. Dat heeft invloed op blessurevorming.”
Ruud Kaiser, voormalig coach van het Nederlands elftal voor spelers onder 17 jaar, erkent ook het probleem. ,,Het WK Onder 17 had in 2005 plaats in Peru. Het toernooi werd daarbij volledig op kunstgras gespeeld en met name het veld in Pirua gaf ons veel problemen. We speelden daar de eerste twee wedstrijden en de temperatuur was daarbij tussen de 30 en 35 graden.''
Hij vervolgt: ,,Dan is kunstgras wat minder, want dan voel je, als je op het veld staat, de hitte door je voetbalschoenen heen komen en naar je kuiten toegaan. We hebben ook een speler gehad met behoorlijke blaren onder z n voeten. Ze sproeiden daar niet. Maar als je in Lima speelt, waar het zo’n 20 graden is en een beetje bewolkt, dan is het fantastisch om te voetballen.”
Kaiser heeft wel een vermoeden wat precies de oorzaak was van de extreem hoge temperatuur. ,,Peru heeft sowieso een ander en warmer klimaat dan wij hier in Nederland, maar het viel me ook op dat de velden daar waren ingestrooid met zwart rubber. De zwarte kleur neemt de warmte juist op. Dat zal ongetwijfeld invloed hebben gehad op de temperatuurvorming.”
Niet altijd de juiste keuze.
Volgens Van de Veen laten weinig spelers zich door blessurepreventie leiden bij de keuze van hun schoenen. ,,Met name de jeugd laat zich vaak leiden in hun schoenkeuze door het soort of merk schoenen die hun voetbalhelden dragen. Vaak zijn die modellen niet geschikt voor de jonge spelers. Er zit nogal verschil tussen de grote, bonkige verdediger van bijvoorbeeld PSV, en de jonge, misschien wat iele, verdediger uit de jeugd.”
Ondanks die nadrukkelijke wens voor beter schoeisel, voorziet de markt nauwelijks in de behoefte voor specifieke kunstgrasvoetbalschoenen. ,,De huidige voetbalschoenen kunnen nog zo’n 30 procent worden verbeterd. De ontwikkeling van speciale voetbalschoenen voor kunstgras kan daar nog een extra verbetering van, naar ik schat, zo’n 20 procent extra opleveren.”
Nauwe samenwerking tussen de verschillende industrieën is volgens hem daarbij noodzakelijk. ,,Schoenproducenten zouden zeker meer moeten samenwerken met fabrikanten van sportvloeren bij ontwikkelen van een nieuwe schoen. Ze bieden elkaar daarbij een meerwaarde.”
Botsende belangen vormen daarbij echter een groot probleem. ,,Veel spelers klagen dat kunststofnoppen op kunstgrasvelden snel afbreken en hebben daarom de voorkeur voor hardere noppen. Die worden echter door de kunstgrasindustrie sterk afgeraden omdat ze het veld sneller doen slijten.”
Oplossing middels speciale zolen.
Heeft het kunstgras zelf dan helemaal geen negatieve invloed op blessurevorming? ,,Jawel, het huidige kunstgras heeft wel degelijk een negatief effect. Het scheurt namelijk niet net zo als natuurgras. Bij abrupt wenden, keren of stoppen op een natuurgrasveld, geeft het veld in horizontale richting mee. Dat doet kunstgras niet, waardoor er meer tegendruk op de voet ontstaat.”
De kracht die daardoor op de spieren staat bij een zijwaartse afzet is daardoor anders. “Zo'n 70 procent van de Nederlanders neigt te veel met de voet door te zakken naar binnen toe. De kans op blessures is daarom groot.” Volgens Van de Veen zou voor veel spelers gebruik van speciale zooltjes het blessurerisico reduceren, omdat die meer steun geven. ,,Maar ik zie hier ook voldoende ruimte voor ontwikkeling van nieuwe schoenen.”
Ondanks de nadrukkelijke aandacht voor vlakke en stabiele kunstgrasvelden, leidt juist dat regelmatig tot klachten. ,,Dat komt doordat de voet vaster in de grond staat, waardoor er een grotere kans op een blessure aan de hamstring of lies bestaat.” Een kleine aanpassing van de schoen kan als oplossing al wonderen doen. ,,Door de nop onder de teen af te vijlen, kan de voet beter doorzakken en kunnen sommige problemen al worden voorkomen.”
Ook is de hoek van de voet op het been op een kunstgrasveld niet overeenkomstig met de hoek op een natuurgrasveld. ,,De hoek van de voorvoet op het been is op natuurgrasveld minder groot. De druk onder de voorvoet is bij natuurgras anders dan op kunstgras. Dit kan leiden tot ontwikkeling van klachten in voetcentrum.”
Geen extra blessures.
Dat kunstgras nauwelijks invloed heeft op het aantal blessures is volgens Van de Veen in het verleden al bewezen. ,,In 2003 hield de FIFA het WK Onder 17 in Finland. Tien wedstrijden werden daarbij op het Thiolon-kunstgras van het Finnair stadion in Helsinki gespeeld, inclusief de finale. Het aantal blessures was beperkt. Sterker nog; vergeleken met de voorgaande editie van dat toernooi, dat in Trinidad en Tobago op natuurgras was gespeeld, waren er nauwelijks meer blessures.”
Tijdens het toernooi in Finland schonk de FIFA veel aandacht aan de vraagtekens rondom de blessures. ,,Destijds stonden veel mensen sceptisch tegenover kunstgras. De spelers en medische begeleiding zijn daarom uitvoerig geïnformeerd en uiteindelijk bleek het aantal blessures beperkt te zijn en de aard van de blessures niet af te wijken van blessures op natuurgras.”
De verwijzing dat voetballen op kunstgras het ontwikkelen van een ‘kunstgrasteen’ in de hand zou werken is daarbij, volgens Van de Veen, onterecht. ,,De turftoe, oftewel de kunstgrasteen, is een blessure die vooral veel voorkomt bij American Football-spelers in de VS. Het klopt dat die veel spelen op kunstgras en dat de blessure, sinds de invoer van kunstgras, is toegenomen. Maar dat wil niet zeggen dat die blessure, nu kunstgras voor voetbal in populariteit stijgt, ook hier meer zal voorkomen.''
Het is een ander soort blessure, stelt hij. ,,Dat komt door de manier waarop spelers een turftoe oplopen. Veelal krijgen ze die nadat ze van achteren zijn getackeld en waarbij de tegenstander op het been is gevallen, terwijl de voet in een vreemde hoek stond met de ondergrond. Dit soort tackles zie je bij voetbal nauwelijks terug. Bovendien concentreren onderzoeken naar de ‘kunstgrasteen’ zich met name op kunstgrasvelden met een korte pool. Kunstgras voor voetbal heeft echter een lange pool.”
Ander spel vergt andere inspanning.
Ondanks de cijfers erkent Van de Veen dat spelers vaak klagen over spierklachten na het spelen op kunstgras. ,,Het spel op kunstgras is anders dan op gewoon gras. Zo is de balstuit anders en is de balcirculatie hoger. Een getraind team zal dit compenseren door een hogere balcirculatie. Een niet getraind team gaat meer loopacties ondernemen, waardoor ze eerder vermoeid raken, wat kan leiden tot blessures.”
Volgens Steve Williams, accommodatiemanager bij de Engelse voetbalbond FA, speelt daarbij een ander aspect ook een rol. ,,Spelers worden op kunstgras sneller moe, omdat het spel constant is, waardoor de bal langer in het spel blijft.” Williams deed daarom onderzoek naar de effectieve spelduur van wedstrijden op kunstgras.
,,Vergeleken met natuurgras heeft een wedstrijd op kunstgras elf extra effectieve spelminuten. Dat vergt dus veel van de spelers, die daardoor kwetsbaar raken voor andersoortige blessures.” Blessures als gevolg van overtredingen, namen juist af. ,,Onbewust maken spelers op kunstgras minder snel een sliding, waardoor de kans op blessures als gevolg van een sliding, afneemt.“
Om problemen, met name in de spieren, te voorkomen heeft Van de Veen wel een advies. ,,Regelmatig wisselen van ondergrond is niet goed. Het zou beter zijn steeds op kunstgras te blijven spelen.” Ook zou een goede voorlichting noodzakelijk zijn. “Spelers hebben gemiddeld zo’n zeven weken nodig om te wennen aan een nieuwe ondergrond. Daarom moet men niet direct bij de eerste klachten overstappen naar de oude situatie. Het is verstandig om iedereen goed voor te lichten zodat men weet wat men kan verwachten.”
Bron: knvb.nl
|